April 2026 · essay
Statecraft in het Interregnum
Drie lagen van erosie en het ambacht van publiek bestuur in een tijd zonder groot verhaal
Position Paper · Jacob Huibers · House of Viridian | Statecraft · april 2026
Samenvatting
Het Nederlands publieke bestuur opereert in een interregnum. Het naoorlogse verhaal van institutioneel optimisme is uitgeput, een vervangend groot verhaal is afwezig, en de pogingen om die leegte met technologisch nationalisme te vullen werken op een register dat voor het polderbestuur weerloos terrein is.
Dit position paper diagnosticeert het patroon als een drielagige erosie. De fysiologische laag van de individuele burger is gekoloniseerd door een aandachtseconomie die onder cognitie door werkt. De sociale laag van geborgenheid en gemeenschap is gefragmenteerd. De institutionele laag vertoont de symptomen die E.J. Potgieter in 1841 als de Jan Salie-mentaliteit benoemde. De drie lagen versterken elkaar, en interventies op één laag onderpresteren systematisch zolang de andere twee onverdedigd blijven.
Het paper stelt vervolgens de praktische vraag wat statecraft in deze condities kan betekenen. Het antwoord is geen vervangend narratief, maar een ambacht: persoonlijke limbic literacy als vakcompetentie, ontwerp van ritmes en ruimtes die het zenuwstelsel laten landen, en een verzwaarde opvatting van borging als bescherming van de substraten waaruit collectief vermogen ooit weer kan ontstaan. Dat is preserverend werk, geen narratief werk. Het is precies wat de Nederlandse bestuurlijke traditie het beste kan dragen.
§ 01 — De aanleiding
Het Nederlands publieke bestuur kent sinds enige jaren een ondergrondse onbalans waarvoor de bestaande bestuurskunde geen woord heeft. Beleidsinterventies die op papier coherent zijn, falen op uitvoeringsniveau. Communicatiecampagnes die degelijk zijn gefundeerd, bereiken hun publiek niet of bereiken een ander publiek dan beoogd. Coalitievorming kost meer tijd, levert minder draagvlak op en valt sneller uiteen.
De gemiddelde verblijfsduur van bestuurders krimpt, met 225 vertrokken wethouders in 2024 als symptoom.1 Burgers die in formele zin geen reden hebben tot wantrouwen, ervaren een diffuus onbehagen waarvoor geen specifiek dossier de bron is. De gangbare verklaringen — complexiteit, polarisatie, sociale media, populisme — leveren elk een fragment maar geen patroon.
Wie als interim-manager achtereenvolgens in het sociaal domein, het fysiek domein en in regionale samenwerking werkt, ziet hetzelfde fenomeen in totaal verschillende contexten optreden. Dat suggereert een gedeelde onderlaag. Dit paper benoemt die onderlaag.
De stelling is dat drie dragende infrastructuren van publiek bestuur tegelijkertijd eroderen, en dat de meeste hervormingsvoorstellen onderpresteren omdat ze interveniëren op één laag terwijl de andere twee onverdedigd blijven. De eerste laag is fysiologisch: het zenuwstelsel van de individuele burger, structureel aangetast door wat David Courtwright limbic capitalism noemt.2 De tweede is sociaal: het web van geborgenheid, identiteit en gemeenschap dat biografische continuïteit mogelijk maakt. De derde is institutioneel: de bestuurlijke architectuur die collectief vermogen draagt over politieke cycli heen.
Het belang van deze diagnose is niet academisch. Het is praktisch. Wie als gemeentesecretaris, wethouder, programmamanager of senior beleidsadviseur opereert, doet dat in een veld waarvan de aannames niet meer kloppen. Het werk vraagt een ander register dan het naoorlogse bestuurskundige idioom kan leveren. Dit paper formuleert dat register als statecraft in het interregnum.
§ 02 — De drielagige diagnose
De fysiologische laag
De gemiddelde Nederlander brengt grofweg drie uur en tien minuten per dag door op een telefoon, waarvan tweeëneenhalf uur op apps die op variabele dopaminerespons zijn gekalibreerd.3 Dat is geen vrije tijd in de oude betekenis. Het is gestructureerde aandacht binnen een omgeving die geëngineerd is om onder cognitie door het limbisch systeem te bespelen.
De neurologische mechaniek is gedocumenteerd. Wolfram Schultz toonde aan dat dopamine niet primair vrijkomt bij beloning maar bij de onzekerheid eraan voorafgaand. Kent Berridge onderscheidde wanting van liking: het verlangen wordt gevoed terwijl de bevrediging uitblijft.4 Sociale-mediafeeds zijn de meest succesvolle commerciële toepassing van deze inzichten. Het verschil met een gokmachine is niet mechanisch maar cosmetisch.
Het zenuwstelsel van de burger is voor het bestuurlijk gesprek begint reeds tientallen keren getriggerd, gespannen op alarm en beloning, beperkt in vermogen tot afweging.
De consequentie voor publiek bestuur is dat de burger waarmee een wethouder of een vergunningverlener het gesprek aangaat, dat gesprek aanvangt vanuit een fysiologische toestand die niet neutraal is. De prefrontale cortex die nodig is om een complex beleidsargument te volgen, is energetisch uitgeput voor het argument klinkt. Dit is geen retorisch probleem. Het is een fysiologisch probleem.
De sociale laag
De tweede laag is de erosie van geborgenheid in de antropologische betekenis: de zekerheid dat men ergens hoort, dat de eigen biografie ingebed is in een gemeenschap die voortbestaat. Zygmunt Bauman karakteriseerde de moderniteit als liquid: alles wat vroeger vast leek — beroep, woonplaats, religie, klasse, gezinsstructuur — is in beweging gekomen.5 Voor wie de beweging beheerst, opent dit ruimte. Voor wie hem ondergaat, levert het ontheemding op.
Nederland combineert in dit opzicht twee tendensen. Enerzijds een hoge graad van mobiliteit, verstedelijking, scheiding van wonen en werken, ontkerkelijking, individualisering. Anderzijds een nostalgische publieke verbeelding die nog altijd refereert aan dorpsgemeenschap, verzuiling en kerngezin als referentiepunten. De spanning tussen feitelijke ervaring en verbeeld referentiekader is zelf een bron van onbehagen. Burgers ervaren ontheemding zonder dat de publieke taal hen daarvoor vocabulaire biedt.
Wat dit voor bestuur betekent: het draagvlak waarop besluiten kunnen landen, wordt niet alleen smaller doordat polarisatie groeit. Het wordt ook ondieper doordat de gemeenschappelijke ondergrond die besluiten kan dragen, op individueel niveau gefragmenteerd is. Een wethouder die een impopulair besluit moet uitleggen, sprak vroeger tot een gemeenschap met gedeelde referentiekaders. Nu spreekt zij tot een verzameling individuen wier ondergrond per persoon een ander composiet is.6
De institutionele laag
De derde laag betreft de bestuurlijke architectuur zelf. In Verval en Herstel heb ik dit uitgewerkt als de hedendaagse manifestatie van wat E.J. Potgieter in 1841 als de Jan Salie-mentaliteit benoemde: een welvarende samenleving die geleidelijk overschakelt van waardecreatie naar waardebehoud, van risicobereidheid naar risicomijding, van institutionele innovatie naar institutionele verstarring.7
De symptomen zijn herkenbaar voor iedereen die in het Nederlands openbaar bestuur opereert. Beleidsdossiers die jaren stilliggen ondanks brede erkenning van urgentie — stikstof, Box 3, woningbouw, jeugdzorg. Uitvoeringsorganisaties die hun basistaken niet meer aankunnen — Belastingdienst, UWV, IND. Departementale fragmentatie die structurele uitkomsten produceert die geen enkel departement gewild heeft. Een carrousel van interim-managers, ABD-functionarissen en consultants die tezamen institutionele kennis erodeert in plaats van borgt.
Mancur Olson voorspelde dit patroon als de logische uitkomst van langdurige stabiliteit zonder externe schok: gevestigde belangen accumuleren, hervormingscoalities fragmenteren, het systeem reproduceert zijn eigen verlamming.8 Nederland zit in deze fase.
De samenhang
De drie lagen versterken elkaar. Een burger wiens zenuwstelsel limbisch belast is, mist de fysiologische rust om gemeenschapsverbanden te onderhouden die geborgenheid produceren. Het verlies van die verbanden vergroot de ontvankelijkheid voor digitale surrogaten, wat de limbische belasting verder opdrijft. Beide samen ondermijnen het draagvlak waarop instituties kunnen functioneren, wat het institutionele vertrouwen erodeert, wat de roep om sterke leiders versterkt, die op hun beurt de limbische mobilisatie als bestuurlijk instrument gebruiken.
Dit is geen lineair proces. Het is een feedback-architectuur. Wie alleen op één laag interveniëert — mediawijsheid voor de burger, gemeenschapssubsidie voor het maatschappelijk middenveld, structuurhervorming voor de overheid — beweegt zich tegen de stroom van twee andere lagen in. Het verklaart de ervaring van bestuurders en programmamanagers dat oplossingen die in afzondering elegant lijken, in de praktijk uiteen vallen.
§ 03 — Waarom rationele beleidsinterventies systematisch onderpresteren
Mark Moore formuleerde de strategische driehoek als analytisch kompas voor publieke waardecreatie: publieke waarde, operationele capaciteit, politieke legitimiteit.9 De drie hoeken moeten in samenhang aanwezig zijn. Falen ontstaat wanneer één hoek gemaximaliseerd wordt ten koste van de andere twee. Het model is in de Nederlandse bestuurskunde breed bekend en functioneert als kompas zolang aan een onuitgesproken voorwaarde is voldaan: dat de drie hoeken überhaupt kunnen worden geadresseerd.
Die voorwaarde is in een drielagig erosieproces niet meer vanzelfsprekend. Operationele capaciteit veronderstelt uitvoerders die voldoende cognitieve ruimte hebben om complexe taken uit te voeren. In organisaties waar uitvoerders zelf onder druk staan van permanente bereikbaarheid en beleidsmatige onzekerheid, is die ruimte beperkt. Politieke legitimiteit veronderstelt een burger die argument en uitleg op rationaal niveau ontvangt. In een limbisch belaste burger landt argument als ruis. Publieke waarde veronderstelt een gedeelde voorstelling van wat het publiek is. Bij gevorderde ontheemding ontbreekt die voorstelling.
Dit verklaart een patroon dat in evaluaties van publieke programma’s structureel terugkomt. Het programma was inhoudelijk solide. De uitvoering werd professioneel aangepakt. De communicatie was zorgvuldig. En toch landde het niet, of het landde verkeerd, of het keerde zich tegen de bedoeling. De gangbare conclusie is dat communicatie beter had gekund. De preciezere conclusie is dat de communicatie inhoudelijk niet relevant was, omdat het probleem niet op het niveau van inhoud zat.
Een tweede kant van dit patroon is dat actoren die wel met de fysiologische en sociale lagen werken, succes boeken op een manier die formele instituties niet kunnen reproduceren. Aandachtsondernemers, populistische bewegingen, ideologische ondernemers van het type dat in recente Amerikaanse manifesten over technologisch nationalisme zichtbaar is, voeren het bestuurlijk debat op het limbische register dat het publieke zenuwstelsel het beste kan ontvangen.10 Het resultaat is een bestuurlijk vertoog dat formeel onder de norm presteert maar feitelijk dominant wordt, simpelweg omdat het op het juiste fysiologische register opereert.
Het Nederlandse polderbestuur is geoptimaliseerd voor de inverse situatie. De aannames zijn gedeeld referentiekader, redelijkheid, deliberatie, technocratische precisie. Op papier excellent. In de praktijk weerloos tegen actoren die de lagen onder de deliberatie bespelen.
Statecraft in het interregnum begint met de erkenning van deze asymmetrie.
§ 04 — Statecraft als ambacht in het interregnum
De verleiding ligt voor de hand om een vervangend groot verhaal te eisen, een eigentijdse Roosevelt of Monnet die het interregnum sluit. Die verleiding is begrijpelijk maar onproductief. De condities die het naoorlogse verhaal mogelijk maakten — geconcentreerde schok, duidelijke vijand, fordistisch productiviteitsvliegwiel — zijn niet aanwezig.11 Een verhaal dat zonder die condities probeert te landen, krijgt de kwaliteit van retoriek, en retoriek is op het limbische speelveld de zwakste speler.
De productieve registerkeuze is een andere. Niet een verhaal aanbieden, wel het ambacht beoefenen dat de voorwaarden beschermt waaruit een verhaal ooit weer kan ontstaan. Dat is geen klein werk. Het is preserverend werk, en preserverend werk in een tijd van versnelling wordt zelden herkend als de waarde die het heeft. Maar het is wel het werk dat past.
Drie operationele bewegingen vormen samen het ambacht.
Eerste beweging — persoonlijke limbic literacy als vakcompetentie
Een interim-manager, een wethouder, een gemeentesecretaris die onder politieke druk zelf limbisch reageert, versterkt het systeem dat zij probeert te bemiddelen. Limbic literacy, het vermogen om de eigen fysiologische reactie waar te nemen en niet per reflex door te vertalen naar oordeel of handelen, is in dit licht geen welzijnsthema. Het is vakcompetentie.12
De Aiki-methode zoals uitgewerkt in De Richting van de Beweging is hiervan de operationele vertaling: meebewegen in plaats van forceren, energie omleiden, centreren wanneer de spanning oploopt. Aiki werkt alleen wanneer de intentie het collectieve belang dient. Anders wordt het manipulatie. Maar mits ethisch verankerd, levert het de discipline om in een limbisch belast veld helder te blijven sturen.
Tweede beweging — ontwerp van ritmes en ruimtes
Op organisatieniveau betekent statecraft het beschermen van fysieke en temporele infrastructuren waarin een ander zenuwstelselritme mogelijk is dan dat van de feed. Raadszalen, wijkgesprekken, langere besluitcycli, fysieke aanwezigheid bij dossiers, de bewuste keuze om niet alles digitaal of versneld te doen. Dit klinkt nostalgisch. Het is functioneel.
Wie als bestuurder bewust ontwerpt voor langere aandachtsspannen, traagheid waar het kan, fysieke aanwezigheid waar mogelijk, bouwt aan de operationele capaciteit die de strategische driehoek vereist en die door de fysiologische laag voortdurend wordt aangetast. In een interim-opdracht bij een centrumgemeente in het sociaal domein zag ik hoe het terugbrengen van wekelijkse fysieke teamoverleggen, na drie jaar volledig digitaal, binnen acht weken de besluitvormingssnelheid op complexe casuïstiek meer dan verdubbelde. Niet door betere technologie. Door beter zenuwstelsel.
Derde beweging — borging als bescherming van substraten
In De Richting van de Beweging is borging gedefinieerd als de primaire KPI van het interim-werk: succes wordt niet gemeten op de dag van vertrek, maar wat er nog staat als niemand meer aan de interventie denkt.13 In het interregnum verschuift de inhoud van borging. Het gaat niet langer alleen om voortzetting van wat is opgezet. Het gaat om het beschermen van de voorwaarden waaronder collectief vermogen kan terugkeren wanneer de externe condities dat weer toelaten.
Institutionele kennis behouden. Verbindingen tussen mensen onderhouden. Ritmes en rituelen in stand houden die geen direct meetbare opbrengst hebben maar die later het verschil zullen maken. Dit is borging in een verzwaarde betekenis: niet alleen overdracht binnen een organisatie, maar bescherming van een substraat dat groter is dan welke organisatie ook.
Bij elkaar opgeteld vormen deze drie bewegingen een coherent ambacht. Niet glamoureus, niet viraal, niet narratief krachtig. Wel preserverend, navigerend, geduldig. Dit is wat statecraft in het interregnum praktisch betekent.
§ 05 — Handelingsperspectieven per rol
Voor de gemeentesecretaris
Het werk is primair de bescherming van het institutionele substraat. Niet elke hervormingsmode meegaan. Wel de stille onderhoudswerkzaamheden uitvoeren die de organisatie tussen wisselende colleges door dragen: dossierkennis behouden, juridische zorgvuldigheid bewaken, ambtelijke ruimte voor tegenspraak in stand houden, ABD-rotaties wegen op werkelijk effect op continuïteit. Het werk is grotendeels onzichtbaar. De maatstaf is wat over vijftien jaar nog functioneert.
Voor de interim-manager
De vier modellen toegepast in dit register. De strategische driehoek wordt het kompas voor diagnose: op welke hoek concentreert zich de spanning, en welke laag — fysiologisch, sociaal of institutioneel — ondermijnt die hoek. De interim-cyclus structureert tijd: voorbereiding, entree, uitvoering, overdracht, reflectie, met expliciete aandacht voor borging als bescherming van het substraat dat de opdracht overstijgt. De veranderkleuren typeren de interventiemix: monochroom blauw werkt niet, gelaagd kleurgebruik wel.14 Aiki disciplineert het persoonlijk meesterschap onder druk.
Voor de wethouder en raadsleden met dossierkennis
Limbische regulatie als bestuurscompetentie. Niet als zelfzorg maar als vakeis. Een wethouder die niet weet hoe haar eigen zenuwstelsel reageert op politieke druk, raakt voorspelbaar in patronen die het politieke spel haar oplegt. Een wethouder die dat wel weet, kan kiezen wanneer ze beweegt, wanneer ze stilstaat, wanneer ze terugtrekt om later effectief te kunnen handelen. Dat is geen psychologie. Dat is professionaliteit.
Voor de senior beleidsadviseur
Schrijven in een register dat niet limbisch uitbuit maar limbisch tot rust brengt. Dat is vakwerk en het is zeldzaam. Het vereist een bepaalde snelheid, concreetheid en vertrouwen op het intelligente niveau van de lezer. Precies het tegenovergestelde van het alarm-plus-identiteit-plus-vijand-pakket dat de aandachtsmarkt domineert. Wie dit register cultiveert, accepteert dat het trager aanslaat en minder viraal is. Maar het is wel wat duurzame legitimiteit opbouwt.
Voor opdrachtgevers van interim-bureaus en bestuurlijke begeleiding
Selecteer op het vermogen om in dit register te werken, niet alleen op managementvaardigheden in de oude betekenis. De vraag aan een kandidaat is niet alleen wat zij heeft gerealiseerd, maar wat er na haar vertrek is blijven staan, en welke condities voor collectief vermogen door haar zijn beschermd of opgebouwd. Dat is een andere selectievraag. Hij vraagt om andere referenties, andere casuïstiek, andere indicatoren.
§ 06 — Slot
Statecraft in deze betekenis is geen nieuwigheid. Het is een oude praktijk in een nieuw tijdsgewricht. Het is wat staatslieden, ambtenaren en vakmensen altijd hebben gedaan in periodes waarin het grote verhaal afwezig was: het uitvoeren van het ambacht, het beschermen van wat overdraagbaar is, het in stand houden van de voorwaarden waaruit ooit iets nieuws kan ontstaan.
Antonio Gramsci formuleerde de instelling die hierbij past: pessimismo dell’intelligenza, ottimismo della volontà.15 Pessimisme van het verstand, optimisme van de wil. Het verstand erkent de ernst van wat is afgebrokkeld. De wil weigert dit als eindstation te accepteren en blijft het werk doen dat te doen valt.
Het Nederland van Potgieter herstelde zich, niet omdat een verlosser kwam met een vervangend verhaal, maar omdat genoeg mensen in genoeg posities het ambacht bleven uitoefenen totdat de externe condities hen weer toelieten te bouwen. De grachten zijn nog steeds mooi. De vraag is wat er rond hen gebeurt.
Dat hangt af van mensen die in deze tijd dit type werk verrichten. Het is groter dan welk individueel programma ook. Het is kleiner dan welke ideologische beweging ook. Het is precies maatwerk: het ambacht van publiek bestuur, beoefend in het volle besef van wat het is en wat het niet is.
Dit position paper is de syntheselaag onder een breder corpus. Het diagnostisch werk wordt op de fysiologische laag uitgewerkt in Limbic Literacy*, op de sociale laag in* Allemaal Ontheemd*, op de institutionele laag in* Verval en Herstel*. De praktische vertaling voor publieke professionals is* De Richting van de Beweging: Interim-Management in de Publieke Sector*.*
Footnotes
-
Monitor Wethouders, Nederlandse Vereniging voor Raadsleden & Wethoudersvereniging, jaarrapportages 2023 en 2024. Voor de gemiddelde verblijfsduur van directeuren-generaal en gemeentesecretarissen zie ABD-publicaties en Staat van het Bestuur, ministerie BZK, 2024. ↩
-
D.T. Courtwright, The Age of Addiction: How Bad Habits Became Big Business, Harvard University Press, 2019. De term limbic capitalism wordt door Courtwright geïntroduceerd als analytische categorie voor economische sectoren die structureel op limbische beloningssystemen aangrijpen. ↩
-
We Are Social en Hootsuite, Digital 2025 Netherlands Country Report; aangevuld met cijfers Newcom Social Media Onderzoek 2025 en NOM Mediastandaard. Cijfers betreffen actieve schermtijd op smartphones bij volwassenen 18+, gemeten via paneldata. ↩
-
W. Schultz, P. Dayan en P.R. Montague, “A neural substrate of prediction and reward”, Science 275 (1997), pp. 1593–1599; K.C. Berridge en T.E. Robinson, “What is the role of dopamine in reward”, Brain Research Reviews 28 (1998), pp. 309–369. Voor de operationele vertaling naar productontwerp zie N. Eyal, Hooked, 2014, en de kritiek daarop in T. Harris, Center for Humane Technology. ↩
-
Z. Bauman, Liquid Modernity, Polity Press, 2000. Aanvullend werk over versnelling als zelfstandige sociologische categorie: H. Rosa, Beschleunigung, Suhrkamp, 2005, en B.-C. Han, Müdigkeitsgesellschaft, Matthes & Seitz, 2010. ↩
-
Voor de Nederlandse fenomenologie van deze fragmentatie zie J. Huibers, Allemaal Ontheemd: Een verkenning van identiteit, gemeenschap en geborgenheid in een veranderende wereld, House of Viridian, 2026, in het bijzonder hoofdstukken 1, 3 en 5. Voor empirische onderbouwing op cohesieniveau zie SCP, De sociale staat van Nederland, en CBS-cijfers over sociale contacten en vertrouwen. ↩
-
E.J. Potgieter, “Jan, Jannetje en hun jongste kind”, De Gids, 1841. Voor de hedendaagse herwerking en de Belgische spiegel zie J. Huibers, Verval en Herstel: Is Nederland de geschiedenis aan het herhalen?, House of Viridian, 2026, in het bijzonder hoofdstukken 2 en 6. ↩
-
M. Olson, The Rise and Decline of Nations: Economic Growth, Stagflation, and Social Rigidities, Yale University Press, 1982. De these dat langdurige stabiliteit zonder externe schok tot institutionele sclerose leidt, is empirisch geactualiseerd door onder anderen D. Acemoglu en J. Robinson, Why Nations Fail, 2012. ↩
-
M.H. Moore, Creating Public Value: Strategic Management in Government, Harvard University Press, 1995. Voor de Nederlandse toepassing zie de NSOB-publicaties over publieke waarde, in het bijzonder de werkboeken vanaf 2014. ↩
-
A.C. Karp en N.W. Zamiska, The Technological Republic: Hard Power, Soft Belief, and the Future of the West, Crown, 2025. Het manifest is hier niet onderwerp maar voorbeeld van een breder type beleidsdiscours dat op het limbische register opereert. Een uitgewerkte kritiek volgt in een afzonderlijk Statecraft-paper. ↩
-
Voor de structurele analyse van wat een productief naoorlogs narratief mogelijk maakte, zie C. Perez, Technological Revolutions and Financial Capital, Edward Elgar, 2002, en T. Judt, Postwar, Penguin, 2005. Voor het hedendaagse interregnum als analytische categorie blijft A. Gramsci, Quaderni del carcere, het vertrekpunt. ↩
-
J. Huibers, Limbic Literacy: Zelfverdediging tegen de aandachtseconomie, House of Viridian, 2026, in het bijzonder hoofdstuk 14 over de drie operationele lagen: herkenning, begrip en structuur. ↩
-
J. Huibers, De Richting van de Beweging: Interim-Management in de Publieke Sector, hoofdstuk 9 over transferwaarde en borging als primaire KPI. Voor de samenhang met de strategische driehoek zie hoofdstuk 3, voor de Aiki-methode hoofdstuk 11. ↩
-
L. de Caluwé en H. Vermaak, Leren Veranderen: Een handboek voor de veranderkundige, Kluwer, derde druk 2019. Voor toepassing op publieke transformaties zie de werkboeken van NSOB en het A+O fonds Gemeenten. ↩
-
A. Gramsci, brief aan zijn broer Carlo, 19 december 1929, opgenomen in de Lettere dal carcere. De formulering is later toegeschreven aan onder anderen Romain Rolland; Gramsci zelf citeerde haar als reeds bestaand maar maakte haar canoniek voor wie politiek werk verricht onder ongunstige condities. ↩