Statecraft

§07 · Symptoom

De opgenomen schuld zonder integratie

Hoe hersteloperaties geld kosten zonder de oorzaak te raken

April 2026 · door Jacob Huibers · Read in English →

Jacob Huibers — Statecraft, april 2026

Een herstellocatie binnen dezelfde architectuur

Voor wie de toeslagenaffaire wil begrijpen is één institutioneel feit illustratief. De Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen, waar in 2026 ruim tweeduizend medewerkers werken aan het herstel van de schade die de Belastingdienst aan burgers heeft toegebracht, is een apart onderdeel van Dienst Toeslagen. Dienst Toeslagen werd in 2021 afgesplitst van de Belastingdienst, maar bleef binnen hetzelfde ministerie van Financiën, met deels dezelfde IT-systemen, dezelfde wettelijke kaders en personeel dat goeddeels uit dezelfde arbeidsmarkt komt. De compensatie wordt geleverd door een organisatie die institutioneel een buurfamilielid is van de organisatie die de schade veroorzaakte. Dat is geen ontwerpfout en het is geen tijdelijke imperfectie. Het is wat ontstaat wanneer een land hersteloperaties bouwt zonder de oorspronkelijke architectuur in vraag te stellen.

Hetzelfde patroon laat zich aanwijzen in Groningen, in een ander register en op een andere schaal. De Nederlandse Aardolie Maatschappij behandelde zelf tot 2017 de schadeclaims van eigenaren wier woningen door gaswinning waren ontwricht. Veroorzaker en beoordelaar waren één en dezelfde partij. In 2015 werd het Centrum Veilig Wonen opgericht als samenwerkingsverband van NAM en derden, in 2018 nam de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen het werk over, en in juli 2020 werd het Instituut Mijnbouwschade Groningen ingericht als zelfstandig bestuursorgaan. Op papier is de schade-uitvoering nu organisatorisch losgekoppeld van de veroorzaker. In de praktijk wikkelt het IMG de civielrechtelijke aansprakelijkheid van diezelfde NAM af, opereert het in dezelfde geografische ruimte, met bewoners die jarenlang ervaring hebben met de dynamiek van het oude systeem, en bouwt het organisatorisch dezelfde verhouding tussen instantie en gedupeerde op die de oorspronkelijke woede heeft gevoed. Een afsplitsing van de juridische aansprakelijkheid is niet hetzelfde als een breuk met de bestuurlijke logica.

Box 3 vertoont een derde variant. De Hoge Raad oordeelde in 2021 dat de forfaitaire rendementsheffing in strijd was met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het herstel van de jarenlang teveel ingehouden belasting wordt uitgevoerd door dezelfde Belastingdienst die de heffing zeventien jaar lang onverkort had geïnd en in rechtspraak had verdedigd. Het apparaat dat de fout incasseerde, is het apparaat dat haar ongedaan moet maken.

Twee tot tien keer

In Herstelstaat Nederland heb ik de financiële handtekening van het patroon laten zien. De toeslagenaffaire kostte tot eind 2023 ruim acht miljard euro aan hersteloperatie, terwijl het oorspronkelijke fiscale belang van de betwiste vorderingen een fractie daarvan bedroeg. Het Box 3-herstel zal naar verwachting ruim elf miljard euro kosten. De Groningse schade- en versterkingsoperatie is geraamd op ten minste vijftig miljard euro over haar volledige looptijd, vele malen het cumulatieve fiscale voordeel dat de gaswinning de Nederlandse staat in haar laatste decennium heeft opgeleverd. De UWV-herbeoordelingen worden in conservatieve schatting op tien miljard euro geraamd, de stikstof-hersteloperatie op vijfentwintig miljard. Het totaal is over een decennium minimaal achtenzeventig miljard euro, en bij ruime telling honderd miljard. Dit zijn directe overheidsuitgaven. De maatschappelijke kosten, het verlies aan vertrouwen, de gederfde levenskansen van getroffen burgers, zijn hierin niet verdisconteerd.

De ratio is in elk dossier vergelijkbaar. Het herstel kost twee tot tien keer wat preventie of vroeg ingrijpen had gekost. De toeslagenaffaire was een fractie van haar uiteindelijke prijs geweest wanneer de signalen vanaf 2013 institutioneel waren gehoord. Het Box 3-probleem was technisch oplosbaar in 2017 toen fiscalisten het juridische onhoudbare hadden aangewezen. De Groningse schade was beperkt geweest wanneer de seismologische waarschuwingen in de NAM-archieven daadwerkelijk hadden geleid tot productiebeperking. Het zijn niet de getallen die het verhaal vertellen. Het is de regelmaat.

Dit paper voegt aan die observatie iets toe wat in Herstelstaat Nederland alleen werd aangewezen, niet uitgewerkt. Hersteluitgaven in Nederland leiden niet tot een leerimpuls in de organisaties die de schade veroorzaakten. Zij worden institutioneel geabsorbeerd, in parallelorganisaties of in afgesplitste opvolgers, terwijl de onderliggende structuur intact blijft. De schuld wordt opgenomen, zij wordt niet verteerd.

Single-loop versus double-loop

De bestuurskundige literatuur kent dit verschijnsel onder een precieze naam. Chris Argyris en Donald Schön onderscheidden in hun werk over organisatorisch leren twee niveaus van leren waarop een organisatie kan reageren op signalen dat haar handelen niet werkt.1 Het eerste niveau, single-loop learning, is het corrigeren van acties binnen bestaande aannames over hoe het werk hoort te gebeuren. De thermostaat die te warm registreert en bijregelt is het klassieke voorbeeld. Het tweede niveau, double-loop learning, is het bevragen van de aannames zelf. De thermostaat die zich afvraagt of de gewenste temperatuur wel goed is gekozen, en zo nodig haar referentiekader bijstelt.

Argyris werkte tot in de jaren negentig door op de waarneming dat organisaties bij confrontatie met disfunctioneren systematisch in single-loop blijven. Zij creëren defensieve routines, dat zijn voorspelbare patronen waarmee individuen en groepen zichzelf en de organisatie beschermen tegen de pijnlijke informatie dat de aannames zelf wankelen.2 De compensatie wordt georganiseerd, de procedures worden aangescherpt, het personeelsbestand wordt bijgesteld, maar de waarden, de cultuur en de onderliggende theorie van wat de organisatie eigenlijk doet, blijven onaangeroerd. Het zijn juist de defensieve routines, schreef Argyris, die het meest competente medewerkers beletten om door te dringen tot de plek waar leren werkelijk pijn doet en waar het echte werk zou liggen.

De Nederlandse hersteloperaties zijn in deze terminologie een uitgebreid documentatiebestand van single-loop op een ongekende schaal. Bij de toeslagenaffaire werd de fraudejacht beëindigd, werd Dienst Toeslagen afgesplitst van de Belastingdienst, werd UHT opgericht, werden compensatieregelingen ontworpen en werd de Wet hersteloperatie toeslagen in werking gesteld. Dat is veel beweging op het niveau van actie. Wat niet is gebeurd, is dat de Belastingdienst, het ministerie van Financiën en de Tweede Kamer in onderling samenspel een double-loop hebben gemaakt over de aanname dat een handhavingsapparaat dat een grondrechtelijk kader naast zich neerlegt, een apparaat is dat door procesmatige maatregelen alleen niet te corrigeren is. Het apparaat is gepatcht. Het kader waarbinnen het apparaat opereert, is intact. Wie zoekt naar het herontwerp van de relatie tussen Belastingdienst, burger, rechter en wetgever waarmee voorkomen wordt dat een volgende vorm van massale schade ontstaat, vindt dat herontwerp nergens als operationeel project terug.

Bij Groningen is dezelfde structuur zichtbaar. De keten NAM, CVW, TCMG, IMG, NCG is een opeenvolging van organisatorische vernieuwingen, telkens als single-loop respons op het feit dat de vorige instantie het vertrouwen niet kon dragen. Wat ontbreekt is de double-loop op de aanname dat een land waarin de civielrechtelijke aansprakelijkheid voor honderdduizenden schade-eigenaren toebehoort aan een private partij, terwijl de Staat de gaswinning toestond en de baten incasseerde, een land is dat zijn eigen aansprakelijkheidsverdeling juridisch en bestuurlijk in vraag moet stellen. Dat gesprek is in fragmenten gevoerd. Het is niet de tekentafel waarop het IMG staat.

Sensemaking dat niet sluit

Karl Weick voegde aan deze observatie een complementair begrip toe.3 Sensemaking, de term die hij in 1995 in zijn standaardwerk over het onderwerp introduceerde, is het proces waarmee individuen en organisaties retrospectief samenhang aanbrengen in wat hen overkomt, om opnieuw te kunnen handelen. Wanneer sensemaking faalt, blijft een organisatie verstoken van een coherent verhaal van wat er is gebeurd, en dus van een fundament voor leren.

In zijn beroemde analyse van de Mann Gulch-brand in 1949, waarbij dertien Amerikaanse brandweerlieden stierven omdat hun routines het niet langer hielden in een snel veranderende crisis, beschreef Weick hoe een groep onder druk haar gedeelde betekenisstructuur verloor en in losse individuele reflexen uiteenviel. De catastrofe was niet primair een gevolg van fysieke onmogelijkheid, maar van de ineenstorting van de gemeenschappelijke werkelijkheid waarbinnen de groep had geopereerd.

De Nederlandse hersteloperaties tonen een mildere maar verwante vorm van sensemaking-falen. Voor de toeslagenaffaire bestaan op dit moment ten minste drie verschillende coherente verhalen, naast vele variaties. In het ene verhaal was de affaire het gevolg van een ongelukkige combinatie van een streng wettelijk kader, IT-systemen die fraude algoritmisch invlogen, en een bestuurscultuur die signalen van bovenaf afdekte. In het andere verhaal was zij het gevolg van een bewust gekozen handhavingslijn waarin tienduizenden ouders moedwillig als fraudeur zijn behandeld om politieke redenen. In het derde verhaal was zij een uitwerking van een veel breder patroon van rechtsstatelijke uitholling waarvan de toeslagen één episode zijn. Elk van deze verhalen heeft empirische steun, en elk van deze verhalen vraagt om een ander herontwerp van wat moet veranderen. Wat een organisatie in deze situatie niet kan, is leren. Want leren vraagt om een verhaal dat de meerderheid van de betrokkenen op zijn minst werkbaar accepteert, en dat verhaal is er voor de toeslagenaffaire niet, niet binnen het ministerie en niet binnen de samenleving.

Voor Groningen geldt iets vergelijkbaars. Was de Groningse schade een ramp die uit private gaswinning voortvloeide en die de Staat te laat reguleerde, of een ramp die de Staat zelf veroorzaakte als grootverdiener van de aardgasbaten en haar eigen aansprakelijkheid achter een private constructie verstopte? Het verschil tussen die twee verhalen bepaalt of de hersteloperatie een correctie is binnen het systeem of een fundamentele revisie van wat de Staat aan haar burgers in mijnbouwregio’s verschuldigd is. Beide verhalen worden in fragmenten verteld. Geen van beide is institutioneel verankerd in een organisatorisch leerproces dat de hele keten doortrekt.

Wat de Algemene Rekenkamer ziet

De Algemene Rekenkamer documenteert de financiële gevolgen van dit niet-leren in haar verantwoordingsonderzoeken van de afgelopen jaren met opmerkelijke consistentie. In het Verantwoordingsonderzoek 2024 bij het ministerie van Financiën, gepubliceerd in mei 2025, constateert de Rekenkamer dat de hersteloperatie box 3 en het herstel van de kinderopvangtoeslagaffaire een zware belasting vormen voor personeel en IT-capaciteit, dat hierdoor andere zaken langer blijven liggen, en dat er slechts beperkt ruimte is voor de broodnodige vernieuwing en vereenvoudiging van het belastingstelsel en het toeslagensysteem.4 De vernieuwing van de IT-systemen voor de drie grote belastingstromen, waarmee jaarlijks ruim 182 miljard euro aan belastingen wordt geïnd, is in 2024 opnieuw vertraagd, mede door de capaciteit die de hersteloperatie box 3 opslokt. De Rekenkamer verbindt aan deze waarneming een waarschuwing die zij al sinds haar Verantwoordingsonderzoek 2020 herhaalt. Wijzigingen in fiscaal beleid, zo schreef zij in mei 2024 nog opnieuw, mogen niet opnieuw een grote wissel trekken op een Belastingdienst die haar oude problemen al niet aankan.5

Voor de toeslagenoperatie zelf rapporteerde de Rekenkamer in mei 2025 dat de afhandeling in 2024 versneld is, dat de eerste toetsen zijn afgerond, en dat de doelstelling voor integrale beoordelingen is gehaald.6 Maar dezelfde rapportage waarschuwt dat de versnelling niet voldoende is om het kabinetsdoel van afronding in 2027 te halen, dat het schadestelsel volgens de Commissie-Van Dam onoverzichtelijk is, dat de verschillen tussen de schaderoutes leiden tot onzekerheid, en dat het inkoopbeheer van Toeslagen sinds 2021 onvolkomenheden vertoont die de Rekenkamer ook in 2024 nog moest signaleren. Het beeld dat oprijst is niet dat van een organisatie die haar verleden integreert. Het is dat van een organisatie die haar verleden uitvoert, en in die uitvoering vastloopt op dezelfde structurele tekorten in personeel, IT en bestuurlijk gewicht die het verleden hebben veroorzaakt.

Dit is wat ik in de titel van dit paper bedoel met opname zonder integratie. De hersteluitgaven worden door de organisatie verwerkt, geboekt, gerapporteerd en verantwoord. Wat zij niet doen, is een leerimpuls produceren die de oorspronkelijke architectuur terug op de tekentafel brengt. Het apparaat absorbeert haar eigen schuld, fysiek in de begroting, organisatorisch in een parallelorganisatie, juridisch in een nieuwe wet, communicatief in een gewijzigd narratief. De aannames waaronder de schuld is ontstaan, blijven intact.

Wat dit met de andere symptomen doet

In het inleidend paper van deze reeks heb ik vier symptomen aangewezen die elk afzonderlijk worden uitgewerkt. De opgenomen schuld zonder integratie staat niet los van de andere drie. Zij voedt en wordt gevoed.

Het eerste symptoom, de reputatie-architectuur, raakt direct aan dit dossier. Een hersteloperatie die wordt aangekondigd voordat het apparaat haar kan dragen, is een hersteloperatie die op frontstage al is geleverd voordat backstage haar heeft opgebouwd. Elke wisseling van staatssecretaris in het toeslagendossier bracht een nieuwe communicatie van wat de hersteloperatie was, niet altijd een nieuwe substantiële vooruitgang in haar uitvoering. Het apparaat van reputatie is in staat om vooruitgang aan te kondigen ook waar de inhoud achterblijft, en dat is precies wat een gedissocieerde organisatie typeert. Sensemaking-failures van de soort die Weick beschrijft, worden door reputatie-werk niet opgelost maar overdekt.

Het tweede symptoom, de reproductie naar binnen, geeft aan waarom het herontwerp dat double-loop zou vragen, in de praktijk niet ontstaat. Topambtenaren wisselen om de drie tot vier jaar van post. Een directeur die in 2026 op een dossier komt heeft zelden persoonlijk de fouten van 2014 meegemaakt, kent de defensieve routines van zijn voorgangers eerder van horen dan van eigen ervaring, en heeft bij vertrek voor 2030 weinig prikkel om aannames te bevragen die hij niet zelf heeft helpen ontwerpen. De institutionele leeromgeving waarin double-loop zou kunnen plaatsvinden is uit elkaar gerouleerd.

Het vierde symptoom, de performatieve volwassenheid, geeft aan in welke vorm de single-loop zich in Nederland materialiseert. Codes, governance-frameworks, integriteitsregelingen en compliance-architecturen vormen het bouwwerk waarmee organisaties zichzelf laten zien dat zij geleerd hebben, zonder dat zij hun aannames hoeven aan te raken. De hersteloperatie krijgt een eigen wet, een eigen organisatie, een eigen governance, een eigen externe toezichtsketen. Elk van die elementen is single-loop. De double-loop, die zou vragen waarom het oorspronkelijke kader dit überhaupt mogelijk maakte, krijgt geen vergelijkbare institutionele drager.

Wat zou werken

Het ligt voor de hand om te pleiten voor preventie. Wie de regelmaat van het patroon serieus neemt, dringt aan op vroegere signalering, op tegenmacht, op rechtsstatelijke toetsing aan de bestuurlijke voorkant. Dat is terecht en het is in Herstelstaat Nederland uitvoerig betoogd. Wat dit symptoom-paper toevoegt, is een ander accent. Ook de hersteloperaties zelf hebben een ontwerp nodig dat double-loop mogelijk maakt, en dat ontwerp ontbreekt nu.

Drie ontwerpkeuzes zijn op zichzelf niet revolutionair. De eerste is institutionele integratie van de leerimpuls. Een hersteloperatie hoort niet alleen de schade te vergoeden, zij hoort het organisatorische leren naar de moederorganisatie terug te koppelen via een formele opdracht en een onafhankelijk audit. Wat UHT in zes jaar over de Belastingdienst heeft geleerd, hoort niet bij UHT te blijven en met de afbouw van UHT te verdampen. Het hoort de Belastingdienst zelf te raken, in haar werkprocessen, haar IT-architectuur, haar omgang met burgers en haar verantwoording aan de Kamer. Dat vraagt om een wettelijke koppeling tussen herstelorganisatie en moederorganisatie die nu ontbreekt.

De tweede is een expliciet sensemaking-traject naast de uitvoering. Onder begeleiding van onafhankelijke onderzoekers, niet van het departement zelf, hoort een coherent verhaal van wat er gebeurd is en welke aannames bevraagd moeten worden, gestructureerd te worden opgebouwd. Dat traject hoort niet pas in een parlementaire enquête of een commissie-Van Dam te ontstaan, maar parallel aan de uitvoering. Een hersteloperatie zonder een eigen sensemaking-laag levert wel compensatie en geen leren.

De derde is dat de omvang van de hersteloperatie zelf gebruikt wordt als signaal voor herontwerp. Wanneer een hersteloperatie meer kost dan een veelvoud van het oorspronkelijke fiscale, financiële of economische voordeel waaruit de schade voortkwam, hoort dat te leiden tot een onafhankelijke evaluatie van het kader waarbinnen de schade kon ontstaan. Niet als nazorg, maar als formele triggervoorwaarde. Dat ontbreekt nu. Honderd miljard euro hersteluitgaven over een decennium hebben in Nederland geen institutionele plek waar zij collectief moeten worden geanalyseerd. Zij worden per dossier behandeld door wie er toevallig over gaat.

Geen van deze drie keuzes vraagt om radicale grondwetsherziening. Zij vragen om een ander gewicht in het ontwerp van hersteloperaties. Zij vragen om de erkenning dat een land dat zijn schuld opneemt zonder haar te verteren, zijn volgende schuld al aan het opbouwen is.

Voor de interim-praktijk

Voor de interim-bestuurder of kwartiermaker is dit symptoom in het klein dagelijks aanwezig. Wie binnenkomt in een gemeente die een PGB-fraudezaak afhandelt, een sociaal-domeinwachtlijst probeert in te lopen, of een energietoeslag-uitvoering moet rechtzetten, opereert in een micro-versie van de macro-patronen die dit paper beschrijft. De vraag is dan niet alleen hoe de specifieke schade aan inwoners hersteld wordt. De vraag is of de organisatie die de fout heeft gemaakt, in staat is haar aannames te bevragen, of dat de hersteloperatie onbedoeld zal werken als afzondering waarmee de oorspronkelijke routines worden beschermd.

Twee disciplines helpen daarbij. De eerste is om in de eindrapportage van de opdracht expliciet onderscheid te maken tussen wat is gecorrigeerd en wat is geleerd. Wat de Strategische Driehoek aan operationele capaciteit en publieke waarde heeft opgeleverd, is single-loop, en het is van waarde. Wat de Driehoek aan herontwerp van de aannames onder operationele capaciteit en publieke waarde heeft opgeleverd, is double-loop, en het is zeldzaam. De eindrapportage hoort beide gescheiden te benoemen, opdat de opdrachtgever helder weet wat hij na afronding wel en niet in handen heeft. De tweede is dat de borgingsfase van de Interim-Cyclus expliciet de leerimpuls moet bevatten. Wat de interim-bestuurder over de moederorganisatie heeft geleerd in haar omgang met de schade, hoort terug te keren in de organisatie zelf, niet als communicatieproduct maar als verandering in werkprocessen, beschikkingen en verantwoording. Wat in het komende boek transferwaarde heet, is in dit symptoom de drager van het leren dat binnen de hersteloperatie zelf niet vanzelf ontstaat.

De open vraag

Het inleidend paper sloot met de vraag wat herstel betekent als de norm waarnaar herstel zich richt zelf is verschoven. Voor het symptoom van dit paper laat zich een verwante vraag stellen. Kan een land zijn schuld werkelijk verteren zolang de hersteloperatie organisatorisch los staat van de organisatie die de schade veroorzaakte, en zolang de hersteloperatie zelf binnen een single-loop-architectuur is georganiseerd?

Wat ik vermoed, en niet kan bewijzen, is dat de drempel hier niet financieel is. Honderd miljard euro hersteloperatie is voor een Nederlandse begroting hanteerbaar over een decennium, hoe pijnlijk ook. De drempel is dat double-loop politieke kosten heeft die geen kabinet en geen ambtelijke top vrijwillig draagt. Het bevragen van de aannames waaronder de Belastingdienst opereerde in de toeslagenjaren, raakt aan keuzes van vier opeenvolgende kabinetten en aan de rol van het parlement zelf. Het bevragen van de aansprakelijkheidsverdeling in Groningen raakt aan vijf decennia gasbatenpolitiek en aan de vraag wat de Staat haar burgers in een mijnbouwregio verschuldigd is. Single-loop is goedkoper dan double-loop, niet in euro’s maar in politiek-bestuurlijke pijn.

Dat betekent niet dat herontwerp onmogelijk is. Het betekent wel dat herontwerp niet vanzelf zal komen uit de organisatie die de schade veroorzaakte, zolang er geen externe drager is die de leerimpuls institutioneel kan vasthouden. De Algemene Rekenkamer doet dat werk voor zover haar mandaat reikt. Een onafhankelijke nationale evaluatiefunctie voor hersteloperaties zou kunnen helpen waar de Rekenkamer-mandaten niet hen uit zichzelf reiken. Wat in elk geval niet werkt, is dat een land dat zijn schuld opneemt en niet verteert, hoopt dat de volgende schuld zich niet meer aandient. Dat is de hoop die de cijfers in Herstelstaat Nederland al weerlegd hebben.


Colofon

“De opgenomen schuld zonder integratie” is het derde symptoom-paper in de Statecraft-reeks “Gedissocieerde organisaties”. De reeks bouwt voort op Navigeren versus Plannen, het paper over recreatiewoningen en het onzichtbare beleid, het paper over schaarste, en de architectuur van het zwijgen. Het inleidend paper “Gedissocieerde organisaties” verscheen in april 2026, gevolgd door de symptoom-papers over de reputatie-architectuur en de reproductie naar binnen. Dit paper bouwt rechtstreeks voort op de institutionele analyse in Herstelstaat Nederland.

Statecraft is het platform van Jacob Huibers voor strategische reflectie op publieke uitvoering. De inhoud sluit aan bij het komende boek “De Richting van de Beweging: Interim-Management in de Publieke Sector” (verschijnt najaar 2026).

Reactie en tegenspraak via Statecraft.


Jacob Huibers is interim-manager met ruim twintig jaar ervaring in de Nederlandse publieke sector. Hij werkte als clustermanager, clusterdirecteur en kwartiermaker bij gemeenten van vijftigduizend tot ruim tweehonderdduizend inwoners en bij regionale samenwerkingsverbanden.

Footnotes

  1. Chris Argyris en Donald Schön, Organizational Learning: A Theory of Action Perspective, Addison-Wesley, 1978. Het onderscheid tussen single-loop en double-loop learning werd in dit werk geïntroduceerd en in latere werken van Argyris uitgewerkt.

  2. Chris Argyris, Strategy, Change and Defensive Routines, Pitman, 1985, en Knowledge for Action: A Guide to Overcoming Barriers to Organizational Change, Jossey-Bass, 1993. De analyse van defensieve routines als barrière voor double-loop is in deze werken centraal.

  3. Karl E. Weick, Sensemaking in Organizations, Sage, 1995. Weick werkte zijn analyse van de Mann Gulch-brand uit in “The Collapse of Sensemaking in Organizations: The Mann Gulch Disaster”, Administrative Science Quarterly, 38(4), 1993, p. 628-652.

  4. Algemene Rekenkamer, Resultaten verantwoordingsonderzoek 2024 ministerie van Financiën, mei 2025. Online: rekenkamer.nl/publicaties/rapporten/2025/05/21/vo-2024-fin. De Rekenkamer wijst expliciet op de doorwerking van de hersteloperaties op IT-vernieuwing en op de beperkte ruimte voor structurele vereenvoudiging.

  5. Algemene Rekenkamer, Resultaten verantwoordingsonderzoek 2023 ministerie van Financiën en Nationale Schuld, mei 2024. Online: rekenkamer.nl/documenten/2024/05/15/resultaten-verantwoordingsonderzoek-2023-ministerie-van-financien-en-nationale-schuld. De waarschuwing over de wissel die fiscaal beleid op de Belastingdienst trekt, dateert al uit het Verantwoordingsonderzoek 2020 en is sindsdien herhaald.

  6. Algemene Rekenkamer, Hersteloperatie toeslagen vordert gestaag, aanpak aanvullende schade zorgelijk, mei 2025. Online: rekenkamer.nl/publicaties/rapporten/2025/05/21/hersteloperatie-toeslagen. De observaties over het schadestelsel zijn deels gebaseerd op het rapport van de Commissie-Van Dam over schadeafhandeling.